Verzorging van de vacht
De halflange vacht van de Stabijhoun is zelfreinigend. Dat houdt in dat vuil er vanzelf af valt als het opgedroogd is, eventueel een borstel er doorheen om de laatste zandrestjes te verwijderen en schoon is hij weer. In bad hoeft hij maar zelden. Als hij echt eens heel vuil is, is even afspoelen of een zwempartij in een schone sloot meestal voldoende. Shampoo is alleen nodig als hij in iets stinkends heeft liggen rolen, gebruik dan een speciale, neutrale hondenshampoo om het huidvet niet aan te tasten. Een gezonde hond heeft per definitie een mooie, glanzende vacht.
De vacht heeft niet zo vaak een borstelbeurt nodig, behalve in de verharingsperiode (2x per jaar) als de ondervacht met plukken tegelijk loslaat, om de dag borstelen is dan geen overbodige luxe. Houd in ieder geval altijd het haar achter de oren en op de broek klitvrij. Sommige honden verharen het hele jaar door, er wordt gezegd dat de verwarming daar schuld aan heeft en dat een vacht kou nodig heeft om mooi en gezond te blijven. Zet de thermostaat daarom 's nachts uit of leg Bijke in een koele (tochtvrije) ruimte te slapen.
Een Stabij hoeft in principe niet getrimd te worden. De nodige vachtverzorging kun je uitstekend zelf doen, tenzij je hond gecastreerd is en een zogenaamde castratenvacht ontwikkelt waarbij de ondervacht explosief groeit (dit kan ook bij teefjes het geval zijn). Er zijn van allerlei luxe en dure vachtverzorgingsartikelen in de handel waarvan ik er al vele heb gekocht of geprobeerd, maar het enige dat je echt nodig hebt is een universeelborstel, een kam, een schaar en wat handigheid. Ik geef zelf de voorkeur aan een simpele plastic kam omdat de tanden daarvan meegeven, de honden lijken dat ook prettiger te vinden dan een metalen kam.
De vacht
Begin met het uitborstelen van de vacht met een universeelborstel. Zorg dat alle klitten uit de vacht zijn.
Het hoofd
In de rasstandaard staat de het onderste 1/3 deel van de oren kortbehaard dient te zijn. Vaak is dat wel zo, maar wordt dat aan het zicht onttrokken door overhangend langer haar van het bovenste deel van de oren.
 |  |
| De bovenste beharing aan de oren is te lang en wordt al bruin, dit verstoort de gezichtsuitdrukking en geeft een rommelige aanblik. Het klit ook makkelijk, wat pijnlijk kan zijn. | Hier is het teveel aan oud, bruingeworden haar weggeplukt. Je ziet nu weer dat de onderste deel van het oor eigenlijk kortbehaard is, zoals in de rasstandaard staat. |
 |  |
| Achter het oor kunnen dikke bossen oud haar zitten die goed opvallen als er zonlicht overheen valt door de bruine kleur. | Ook dat haar kun je beter wegplukken omdat het snel gaat klitten. Het plukken staat hieronder beschreven. |
 |  |
| Houd het haar aan de basis van het oor vast met één hand en trek met de andere hand, plukje voor plukje, de bruine haren eruit. | Als je kleine plukjes tegelijk pakt, doet het geen pijn omdat het dood haar betreft dat toch al los in de haarschacht zit. |
De Voeten
Het haar dat tussen de voetkussentjes uit groeit mag in de winter kort worden geknipt omdat er anders pekel of sneeuw in kan blijven hangen, wat voor de hond pijnlijk kan zijn.
 |  |  |
| Je ziet hier plukjes haar tussen de tenen uitsteken, die moeten eraf. | Je knipt die plukjes gelijk met de onderkant van de voetzool en de tenen. | Dat ziet er stukken netter uit en de kans dat er troep in blijft hangen die irritatie veroorzaakt is veel kleiner |
 |  |
| Nu gaan we de sprieten aanpakken die over de nagels heen steken en bovenop tussen de tenen uit steken. Op de laatste foto hierboven, zie je die ook goed zitten, dat staat slordig. | Kam het haar tussen de tenen uit en omhoog en houd het gespreid vast. Knip het net voor de nagelpunt met een ronding bij, zodat alle haartjes ongeveer even lang worden. |
 |  |
| Bij de achtervoet wordt het haar tot aan de hiel recht bijgeknipt. Kam tegen de haarrichting in om alles gelijk te krijgen | Vóór en na |
 |  |
| Bij de voorvoeten wordt het haar tot aan het polskussentje recht bijgeknipt | Zoek de verschillen |
| Aan de oren, kraag, broek en staart wordt bij een Stabij niet geknipt! |
Verzorging van het gebit
Het gebit van je hond kan schoon worden gehouden door regelmatig een bot of kluif te geven of zijn tanden te poetsen. Mochten er toch bruine plekjes verschijnen, dan kun je die gemakkelijk met je nagel of een krabbertje weghalen, mits je er op tijd bij bent. Zou je die aanslag laten zitten, dan verandert het vrij snel in hard tandsteen en gaat het tandvlees ontsteken. Voor je hond is dat erg pijnlijk. Uiteindelijk kan het resulteren in terugtrekkend tandvlees en fikse ontstekingen. Niet zelden is het trekken van de aangetaste tanden de enige oplossing. Regelmatige controle van het gebit is dus verstandig. Als je merkt dat je hond uit zijn bek begint te stinken is het vrijwel zeker tijd voor een schoonmaakbeurt.
 |
| Bij de pijltjes zie je dat er een bruingelige aanslag zit. In dit stadium is de aanslag nog betrekkelijk zacht en kun je het met je nagel of een scherp voorwerp vrij gemakkelijk verwijderen. |
 |
Zelf gebruik ik er het liefst een zogenaamde haviksnavel voor. Hiermee kun je ook moeilijker bereikbare plekjes behandelen. |
 |  |
| Wil je dit rustig kunnen doen, zonder tegenstribbelende hond, dan moet hij er wel aan gewend zijn. | Een hond die dit niet toelaat, zal uiteindelijk onder narcose behandeld moeten worden door de dierenarts. Narcose brengt altijd risico's met zich mee. |
Bij alle lichamelijke verzorging van je hond is het erg makkelijk als hij dat zonder tegenstribbelen toelaat. Begin je pas met borstelen als hij pijnlijke klitten in zijn vacht heeft, of met tanden schoonmaken als daar al ontstekingen zitten, dan zul je niet op medewerking van je hond hoeven rekenen. Hij zal pijlsnel een hekel leren krijgen aan de borstel en gefrunnik in zijn bek. Grote kans dat hij een volgende keer gaat grommen of erger. En geef hem eens ongelijk.
Het is daarom belangrijk om hem als pup al te laten wennen aan de handelingen die hij later in zijn leven moet ondergaan. Kijk in zijn oortjes, aai langzaam zijn staart, neem zijn voeten één voor één in je handen, til zijn lippen even op, haal zijn tandjes even van elkaar en leg iets lekkers op zijn tong als beloning, aai hem met een zachte borstel. Niks dwingen, maak het leuk voor hem, doe alles op een speelse manier en herhaal dat regelmatig. Je zult later veel gemak hebben van een hondje dat zich gedwee laat betasten en behandelen. Niet alleen bij de dagelijkse verzorging, maar zeker ook bij de dierenarts.
top | home |